ZUURKOOLFABRIEK

 

Oude papieren geven aan dat er halverwege de Vleersteeg, de huidige Lange Wateringkade, te Kwintsheul al meer dan honderd jaren geleden een inmaakfabriek in bedrijf was. Een niet al te groot bedrijf, echter wel een waardoor diverse Heulse gezinnen de zo fel begeerde boterham op de plank kregen. Iets dat ook in de jaren al een eerste vereiste was om te kunnen overleven. De fabriek werd geëxploiteerd door de in 1858 geboren J.H. (Jan) Buijs, een Heulenaar die tevens eigenaar van het bedrijf was. Ook het oude en reeds lang verdwenen "warenhuis" van Harrie Tabben aan de Kerstraat, was voordien in bezit van Jan Buijs. De ondernemer stond omstreeks de voorlaatste eeuwwisseling 1900/01 officieel geregistreed als "J.H. Buijs en Zn. kooplieden in groenten te Kwinstheul". Broer Leen Buijs, later ook koopman in dezelfde branche, hielp Jan waar nodig bij zijn bedrijfsactiviteiten. Leen Buijs vertrok in 1919 naar Duitsland, alwaar hij het imposante hotel "Hansa" in de binnenstad van Düsseldorf ging runnen. Meer dan tachtig jaren oude ansichtkaarten laten hieromtrent geen twijfel bestaan. Achterop staat gedrukt: "Hansa-hotel, direktion L. Buijs". Die tak van de familie Buijs is nadien voor een groot deel in Duitsland blijven wonen.

 

Groentesoorten

In de fabriek van Jan Buijs werden allerhande, vaak uit de handel overgebleven, groentesoorten ingemaakt. Wat verkocht kon worden ging uiteraard naar derden, niet te verkopen producten waren uitstekend geschikt om in te maken. Een product als rabarber, op de foto zichtbaar als kleingesneden stukjes in manden, werden in de maanden april/mei met grote hoeveelheden ingemaakt zelfs voor een restproduct als schillen en ander klein afval, had ondernemer Jan Buijs een bestemming gevonden. Naast zijn fabriek had hij een schillendrogerij ingericht. Op die manier bracht hij werkelijk alles aan de man dat enige waarde had. Gedroogde en vitaminerijke schillen waren bij uitstek geschikt als veevoeder. Als groentekoopman en fabrikant had hij daardoor meerdere kansen. De Eerste Wereldoorlog was nauwelijks voorbij of het noodlot trof Jan Buijs en zijn fabriek. Een forse brand maakte een eind aan hetgeen de toen ruim zestigjarige fabrikant van de grond had getild. Wat overbleef was een aantal opstallen die een flinke opknapbeurt behoefde, alvorens ze weer voor een bepaald doe gebruiksklaar waren. Na enige tijd te hebben leeggestaan, verkocht Jan Buijs zijn gehavende levenswerk in 1922 aan de familie Lamers. Blijkbaar had men in de fabriek altijd voor ruim voldoende frisse lucht gezorgd. In het tegenovergestelde geval had Jan Buijs waarschijnlijk niet de leeftijd der zeer sterken gehaald. Hij kwam pas in de lente van 1955 op de eerbiedwaardige leeftijd van 97 jaar te Kwinstheul te overlijden.

 

Familie Lamers

 

Na het tijdperk Buijs werden de opstanden in het begin der twintiger jaren gerenoveerd. Vervolgens startte de familie Lamers er in enkele bedrijfshallen op ambachtelijke wijze een fabriek in het produceren van zuurkool. Aanvankelijk vond dat slechts in enkele putten plaats, na verloop van tijd werden dat er tientallen. Het werd uiteindelijk een fabriek die het decennia lang aan de Heulse Lange Wateringkade vol zou weten te houden. Sterker nog; de zuurkoolfabriek werd, officieel als "Conservenfabriek 't Westland", niet slechts een begrip in de regio, zelfs in het buitenland had de firma Lamers afnemers. Vooral in herfst en winter was het aan de Lange Weteringkade dagelijks een drukte van belang. Cijfers spreken in dit verband boekdelen. Jaarlijks verliet zo'n miljoen kilogram zuurkool de Heulse fabriek. Dat komt neer op een gemiddelde van een kleine 20.000 kilogram per week, waarachtig geen sinecure! Het basisproduct voor het maken van zuurkool is witte kool, een product dat veelal vanuit Noord-Holland werd aangevoerd. Van de te Kwintsheul afgeleverde hoeveelheid witte kool ging overigens slechts de helft als zuurkool de deur uit. Bij het schoningsproces worden stronken en buitenbladeren dermate zorvuldig verwijders, dat er niet meer dan een "minikooltje" overblijft voor het eindproduct. Maar dan was er ook een product waartegen "U" kon worden gezegd. Kwaliteitszuurkool bereikt men door versnipperde en gezouten kool onder een bepaalde druk te zetten zonder dat melkzuurgisting (microbiologische omzetting van suikers in melkzuur) kan ontstaan. In een privé-laboratorium teste eigenaar Rinus Lamers de kool op onder meer suiker en zoutgehaltes. In genoemde putten, afgedekt met zeil en daarop een flinke laag water, vond het gistingsproces plaats. Het "hapklaar" af kunnen leveren van de onvervalste lekkernij, overigens zonder bijpassende rookworst, duurde al naar gelang omstandigheden (onder meer temparatuur) veertig tot vijftig dagen. Het merendeel van de zuurkool werd bewaard in vaatjes van 25 liter, een minderheid werd in kleine porties vacuüm verpakt.

 

Woningbouw

De leef- en eetgewoonten van mensen veranderden de laatste decennia meer dan ooit daarvoor. Een groot deel van de wat oudere generatie vindt zuurkool met worst nog altijd een delicatesse, jongeren zien liever iets anders op hun bord. Zo'n tachtig jaren heeft de zuurkoolfabriek van Lamers op ambachtelijke wijze zuurkool gefabriceerd. Een onvoorstelbaar lange tijd, waaraan geen eind leek te komen. Omdat vrijwel alle (on)roerende goederen vergankelijk zijn, werd er toch vrij recent een punt achtergezet. De fabriek wijkt voor moderne woningbouw. Inclusief de periode Buijs, heeft Kwintsheul ter plekke meer dan een eeuw een fabriek "in levensmiddelen" binnen de kern gehad. Nu is het voltooid verleden tijd. De Fabriek van Rinus Lamers, als zijnde de laatste eigenaar, is op het moment dat deze regels het papier bereiken (dinsdag 28 februari 2006) onder de slopershamer gevallen. Bij een bezoekje aan de ruïne was nog een klein gedeelte van het interieur te zien alwaar het gistingsproces zo lang heeft plaatsgevonden. Als dat oude interieur kon vertellen, zouden er weleens veel Heulse geheimpjes boven water kunnen komen. Zover komt het echter nimmer! De foto toont ons het personeel van Jan Buijs tijdens het werk in een der fabriekshallen. Omdat de opname de eeuw nadert, is het tot nu onmogelijk gebleken de namen van het vijftal te achterhalen. De tweede van rechts is evenwel N. (Klaas) Buijs (met snor), een zoon van de grondlegger van het bedrijf. Met het verdwijnen van "Conservenfabriek 't Westland" levert Kwintsheul opnieuw een historisch pand in. De tijd zal die wond op den duur weer helen! Waar eens allerhande groentesoorten werden ingemaakt, schillen gedroogd en ettelijke miljoenen kilo's zuurkool gefabriceerd, verrijzen binnen afzienbare tijd wooneenheden. Juist nu de fabriek geschiedenis is geworden, zal het betreffende stukje Kwintsheul nog menigmaal worden aangeduid als de locatie Buijs/Lamers. Dat mag worden beschouwd als een hommage aan beide ondernemende familes...

 

Bron: De Parel 7 maart 2006